zaterdag 28 september 2013

Stadse Fratsen

Mijn dag begint 's ochtends steevast met een kop koffie, een shaggie en Social Media, buiten op de veranda. In plaats van rondom me heen te kijken met een gezonde zelfgebakken boterham en een kop verse thee terwijl ik de frisse buitenlucht in adem, vergiftig ik mijzelf met cafeïne, nicotine en allerlei informatie die door zou moeten gaan voor geestverruimend nieuws, maar meestal niet verderkomt dan nietszeggend nieuwsarm geruis van anderen over anderen dat net zoals mijn andere verslavingen niets toevoegd aan het hier en nu...

Diezelfde honger naar het leven van anderen ken ik nog goed uit de tijd dat ik bij mijn ouders in het dorp woonde. Er waren nog geen mobiele telefoons, Facebook of Twitter, maar in het dorp bestonden andere systemen om aan je informatie te komen. De behoefte om het eigen lege leven te vullen met dat wat een ander wel durft of meemaakt werdt intensief gevoed door de vele koffiekransjes, babbeltjes op straat, kletspraatjes bij de bakker en sterke taal aan de bar van één van de drie kroegen. Stootte je aan het begin van de straat je teen, dan had je aan het eind van de straat al minstens je been gebroken. En dankzij de, in die tijd populaire 27 MC bakjes, rukten, al voordat 's nachts de brandweer op de hoogte was, hele volksstammen in pyama's, dusters en in de haast aangetrokken slippers op fiets, driewielers, brommers en tractoren uit om als eerste het warme spektakel te kunnen bewonderen. Een stevige fik, zonder dat de brandweer nog in de weg liep, was het mooiste dat er was...

Mijn ouders dachten ooit een leuke grap uit te halen door voor de grap een middaglang een bordje "te koop" in de tuin te zetten. Toen als olie op het vuur ook nog mijn moeder met mijn buurman de kroeg binnen liep, en pas veel later pas mijn vader met de buurvrouw, had het dorp genoeg materiaal om nog maanden later met de meest fantastische verhalen over partnerruil, communes en dubbele scheidingen op de proppen te komen. Er werdt altijd over je gepraat en maar zelden werdt opgedane kennis bij jou persoonlijk geverifieerd. Er waren dan ook best veel ongelukkigen die door een in het leven geroepen roddel hun leven lang bestempeld waren met een vooroordeel. Deze paria's hadden behoorlijk moeite om zich sociaal staande te houden tussen de kaken van de beschermende, maar wurgende en soms dodelijke dorpse roddeltang. Veel jongeren trokken weg uit het dorp, op zoek naar vrijheid. Andere voelden zich juist veilig in deze omgeving en maakten volop deel uit van deze pre-digitale blaatcultuur.

Toch zou je denken dat met de huidige sociale media cultuur, waar de meeste mensen actief deelnemen aan het delen van informatie over zichzelf en anderen en waarbij men ook direct kan reageren op dan wel niet positieve reacties hierop, dat het voorheen achterbakse karakter van dit dorp langzaam zou overgaan in een soort van harde openheid, waar iedereen een eerlijke kans krijgt om zowel dader als slachtoffer te zijn. Niets is helaas minder waar. De nieuwste tactiek om een ander af te zeiken, zwart te maken of te veroordelen op basis van gebakken lucht is de betreffende pispaal simpelweg te negeren, te blokkeren of dood te zwijgen op diezelfde Social Media. Samen iemand digitaal vleugellam maken blijkt nog leuker te zijn dan die goeie ouderwetse stevige fik in het huis van een ander...

Nu is mijn zus als laatste Houkes uit het dorp vertrokken. alleen mijn ouders liggen in hun graf nog na te genieten van de fijne tijd die ze in dit dorp gehad hebben tijdens de streken die ze uitgehaald hebben om het roddelvuurtje aan te wakkeren. Zij wisten zich als stadse import van jaren geleden staande te houden in dit dorp, ondanks dat het ook hun vaak moeilijk werd gemaakt. Tijdens de verhuizing afgelopen week dacht ik met gemengde weemoed terug aan mijn krantenwijk langs de prachtige dijk, de struinpartijen door de polder, maar ook aan de nimmer aflatende pestpartijen op school, de eenzame speelmiddagen op zolder en de opluchting toen ik uit het dorp vertrok. Een dorp waar iedereen je groet op straat, maar waarbij je nooit wist wie zijn groet werkelijk meende...

Vandaag zie ik mijn buurman door het raam weer eens bedenkelijk kijken naar mijn afstervende zonnenbloem, waarvan de bloem inmiddels gigantische afmetingen heeft aangenomen en zijn zaden met een toenemende regelmaat tussen zijn bijna beangstigend goed onderhouden coniferen aan het uitstrooien is. Ik besluit meteen naar hem toe te gaan en hem de kans te geven zijn groeiende bezorgdheid te kunnen uiten. Gelukkig kan dat bij hem. Voor de andere buren die van alles over mij vinden maar dit nog nooit direct geuit hebben: morgen toch maar even langs mijn zus gaan om te vragen of dat oude bordje met "te koop" nog ergens opgedoken is tijdens haar verhuizing...




vrijdag 13 september 2013

Ei-geheimer

Ik heb een geheim. Of beter gezegd: iemand heeft een geheim met me gedeeld. En nu hoor ik dat geheim voor me te houden. Dat is het lastige van geheimen van anderen. Je kunt er zo weinig mee, behalve verklappen... Het liefst leef ik zonder geheimen. Het maakt het leven een stuk eenvoudiger, je hoeft niet steeds na te denken over wat je wel of niet mag vertellen en uiteindelijk is het vaak een opluchting als ze uiteindelijk uitkomen.

Maar wat is eigenlijk een geheim? Is het gewoon niets meer dan kennis waarbij de houder ervan vermoed dat deze op de een of andere wijze wat waard is voor een ander en waardoor hij, via dat geheim, zelf ook in waarde stijgt?

Het ene geheim is het andere niet. Veel geheimen zijn niets meer dan verhulde onwaarheden die een beetje opgesmukt worden met een geheimzinnig sausje, om de waarheid bij het verklappen ervan een beetje te kunnen verzachten. Je hebt geheimen die in het leven geroepen zijn om een ander buiten te sluiten of juist aan je te binden. Veel geheimen ontstaan puur uit angst voor wat een ander er van zou vinden. Er zijn ook geheimen die bestaan uit opgedane kennis of ideeën waarbij de eigenaar zichzelf zo geniaal vindt dat hij of zij denkt dat de hele wereld er mee weg loopt als het ooit openbaar zou worden.

Sommige geheimen zijn te gruwelijk om te delen en kunnen beter bewaard blijven om het leed te beperken tot de mensen die er weet van hebben. Andere geheimen zijn nog gruwelijker en moeten wereldwijd van de daken geschreeuwd worden om te voorkomen dat ze ooit nog een reden krijgen om te ontstaan...

De grappigste geheimen zijn die gevallen waarbij iedereen weet heeft van hetgeen dat angstvallig verhuld wordt, maar waarbij niemand de moeite neemt om het uit te spreken, puur om de lol erom niet te bederven. En sommige kennis moet gewoon geheim blijven. Niemand wil weten wat het lievelingsstandje van zijn ouders is, of hoe zijn of haar oma 's ochtend haar kunstgebit schoonmaakt...

Ik heb zelf in mijn leven regelmatig geheimen gehad die me in de weg zaten, aan me knaagden of me juist beter lieten voelen dan een ander voor een tijdje. Toch is het leven een stuk leuker zonder. Hoewel...

Sinds ik regelmatig op Facebook zit weet ik van veel mensen die ik nauwelijks ken wat ze 's ochtends het eerste denken, wat ze vinden, eten, proeven, zien, voelen, wensen, horen, weten, denken, willen en doen, zonder dat ik er om gevraagd heb. Ik doe hier zelf gretig aan mee. Waar je vroeger nog moeite moest doen om deelgenoot te worden in een gemeenschap, buurt, kroeg of vereniging, wordt nu alles wat aan kennis of weetjes maar bestaat zomaar digitaal op internet geflikkerd. Gelukkig is het net als bij voorheen de tv of radio: je kunt het gewoon uitzetten.

Laten we afspreken dat we overbodige kennis voortaan geheim houden en de kennis waar iedereen echt wat aan heeft zo snel mogelijk openbaar maken.

Laatst waren we uitgenodigd op een bruiloft van nieuwe buren en hadden we een onverwachts leuke avond op het wijnfort in Lent. Heerlijk gegeten, gedronken, zelfs gedanst en ongevraagd deelgenoot geworden van de laatste buurtgeheimpjes. In een van de kelders van het fort stond een kok vlees en vis te grillen, die samen met de verse salades en kazen een prima afleiding vormde voor het door de DJ overstemde buurtjesgekeuvel. Één salade trok mijn bijzondere aandacht aangezien hij erg leek op mijn zelfgemaakte humus waarmee ik placht op te scheppen in mijn omgeving, maar dan anders, lekkerder. Toen ik vroeg wat er in zat zei de kok "geheim van de kok", waarna hij dit geheim direct met me deelde. Fijne vent. Je grilt 2 door de helft gesneden en ontpitte aubergines een half uur onder de grill, slaat ze samen met olijfolie, zout, peper, citroen, komijn en wat koriander stuk in de blender en voilá, een heerlijke humus van een vrucht waarvan ik tot nu toe de echte meerwaarde nog niet had kunnen ontdekken. Kijk, dit vond ik een ideaal geheim: kort, lekker en leerzaam.

Maar ja, ik zit nog steeds met dan ene geheim van een ander, dat ik niet zo maar mag delen, ook al is het een van de leukste en meeste bijzondere geheimen waar ik ooit in mijn leven deel aan heb mogen hebben. Het zal niets anders dan louter blijdschap kunnen brengen bij de mensen die ik ken en waar ik om geef. Over een tijdje zal dit geheim door de geheimenaar zelf onthuld worden en zul je snappen waarom ik een hele blog doorklets over iets dat ik uiteindelijk nog steeds niet heb verteld...

Nieuwsgierig? Blijf lezen...






donderdag 12 september 2013

Wintertenen

Ondanks dat deze heerlijke zomer de uitblijvende lente ruimschoots heeft gecompenseerd, is al die nattigheid ineens wel even wennen. Na het zeikweer van vorige week werden we vrijdag onverwachts nog een maand of twee in de tijd terug gesmeten, maar binnen een dag waren we weer daar waar we niet wilden zijn: het zomereinde. 

Zelf denk ik dat de zomer zich zo lang mogelijk uit heeft weten te strekken totdat het onaards leuke Kaaij festival onder de Waalbrug eindelijk zijn deuren sloot, maar toen was het ook echt gedaan. De sluizen gingen open en alle in de zomer opgespaarde regen komt nu met bakken de hemel uit...

Mijn meeste groenten in de voortuin lijken nog weinig last te hebben van de regen. Er valt volop te oogsten, de kool groeit als zichzelf en ik heb eigenlijk geen omkijken naar mijn Makkelijke Moestuin, precies zoals de bedoeling was. Al mijn watergevoelige plantjes staan in de kas en terwijl de tuininboedel onderhand wegdrijft met al die regen, staan mijn tomaten in de kas regelmatig te snakken naar een drupje vocht, aangezien het in de kas niet regent en ik met dit natte weer een stuk minder buitenkom.

Toch word ik een beetje melancholisch van het vooruitzicht op de herfst en wat daarna komt. Dit eerste moestuin jaar was een waar avontuur voor me dat zich dagelijks voor mijn neus afspeelde. Natuurlijk blijven er in de herfst en de winter een paar verdwaalde kolen en een paar sprietjes spinazie over, maar binnen niet al te lange tijd zijn mijn bakken leeg, gaan de luiken dicht, gaat het slot erop en is mijn Makkelijke Moestuin Avontuur voor de komende maanden afgelopen. Geen zaadjes, geen zaailingen, geen stekjes uit de grond kijken en geen tegendraadse courgettes meer...

Maar hoe ga ik nu voorkomen dat ik geen compostnatale depressie krijg? Hoe ga ik zonder mijn groengoed gelukkig de winter doorkomen? Mijn vriezer herbergt slechts een beperkt aantal zakken diepgevroren eigen kweek en mijn voorraad venkel-brocollisoep is al aardig geslonken. Ik ben al stiekem afscheid aan het nemen van mijn laatste aardbeien, de appels aan mijn boompje en ook al zit ik midden in de bonen, toch kijk ik nu al met weemoed terug aan het groentenbachanaal in het begin van de zomer.

Toch ben ik niet van plan het seizoen te gaan rekken. Al heb ik een kasje, ik ga niet, net als afgelopen voorjaar, een schaliegasboringen goedpratende hoeveelheid elektriciteit verstoken om 2 zielige Chinese kolen en 6 taaie winterspinazie plantjes in leven te houden. Koude kas is koude kas en wat nu buiten staat en echt niet tegen de vrieskoude kan mag zich gelukkig prijzen met die paar graden verschil als ze mijn kasje in mogen. Geen verwennerij, dan hadden ze maar ergens anders moeten landen als zaadje...

Ik ben wel een beetje huiverig voor mijn eigen karakter. Soms lijk ik een beetje op een kater die een muis heeft gevangen en er net zolang mee speelt tot het arme beestje niet meer beweegt. Daarna wordt het direct door de moordenaar vergeten en achtergelaten om langzaam en eenzaam te creperen. Zou het zo ook gaan met mijn groentetuintje? Zou ook ik als een onverschillige valse kater mijn aardbeien en andere overwinteraars aan hun lot overlaten? Ze uiteindelijk ondankbaar en uitgedroogd op de composthoop smijten om het jaar daarop weer even leuk nieuwe slachtoffertjes aan te schaffen die de wreedheid van hun nieuwe baasje nog niet kunnen bevroeden?

Waarschijnlijk wel, alhoewel de meeste groenten die in mijn tuintjes staan mij helemaal niet nodig hebben. Als ze dood willen gaan gaan ze toch wel dood, als ze vruchten willen dragen zijn ze daar helemaal zelf verantwoordelijk voor en als ze besluiten om na de winter hun gezicht Weer te laten zien zijn ze meer dan welkom. 

Ik heb een paar dingen geleerd deze zomer: 
1. Je kunt groenten niet de grond uitkijken, al vermoed ik dat ze al die aandacht best leuk vinden, mijn tomaten gaan er in ieder geval mooi rood van blozen.
2. Als je meer aandacht gaat besteden aan je tuin dan aan je vrouw en kinderen ben je verkeerd bezig. In een gelukkig gezin worden groentes namelijk met meer liefde klaargemaakt. En dat proef je!
3. De helft van wat je in je tuin hebt staan lust je niet eens of wordt vergeten. Volgend jaar dus geen Tatsoi meer maar wel een driedubbel aantal aardbeien.
4. Makkelijke Moestuiners kunnen als bijzonder irritant ervaren worden. Er zijn maar weinig fanaten op de wereld die zoveel tijd stoppen in het vertellen over iets dat volgens hun nauwelijks tijd kost. Een soort salontuiniers dus. Veel lullen, niet spitten.

Ik ga nog even volop genieten van mijn moestuintje de komende maand. Wat de onderwerpen gaan worden van deze blog als er een tijdlang weinig gebeurt in mijn tuin, weet ik nog niet. Misschien ga ik jullie wel lastig vallen met hele andere dingen. Misschien ga ik mijmeren over wat ooit was of doe ik een special over wintergroenten en wintertenen. Dit muisje spartelt voorlopig nog wel even...

      
   


dinsdag 3 september 2013

Fanatypisch

Soms wil je iets heel graag. Soms wil je iets zo ontzettend heel graag dat je bijna zou willen dat je het het niet zo graag zou willen. En als dat wat je wilt dan ook nog eens onverwachts niet gebeurt, blijf je achter met een gemis aan wat je nooit hebt gehad en een opluchting over dat wat nooit is gebeurt.

Ik heb al mijn leven lang last van 'projectjes'. Kleine interesses die uitgroeien tot kortstondige obsessies waarbij ik me in sneltreinvaart iets meester probeerde te maken, alles over een onderwerp wilde weten of een bouwplan in mijn hoofd zo snel mogelijk wilde uitvoeren. Op zich is daar niets mis mee, ware het niet dat ik tijdens deze aan autisme grenzende periodes alle andere bezigheden, verplichtingen en noodzakelijke sociale vaardigheden laat varen...

Ik kon als kind al uren dagdromen over het bouwen van een Zeppelin van lolliestokjes. Ik bouwde met het zweet op mijn jonge voorhoofd in een middag een Eiffeltoren van Legorails, sloopte de stofzuiger van mijn moeder en de oude fiets van mijn broer om er een hovercraft van te maken en kon uren op zolder zitten prutsen om een werkende Theremin van een oude transistor radio in elkaar te verzinnen. poppenkastpoppen, boemerangs, lichtorgels, doedelzakken en verborgen microfoons om mijn broer en zijn vriendin af te luisteren: Als ik iets in mijn kop had moest het er uit. Vaak tot frustratie van mijn omgeving, omdat ik tijdens deze eurekamomenten absoluut niet meer aanspreekbaar was en een enorme teringbende veroorzaakte. Was het project klaar, dan liet ik het trots zien en brak het af, gooide het weg of vergat het gewoonweg, omdat er al weer een nieuw, idioot idee opborrelde...

Sommige mensen noemen mij autodidact, ikzelf betitel het liever als 'net zo lang doorgaan tot je het snapt'. De meeste van deze tijdelijke interresses gaan van zelf weer naar een tijdje weg, sommige zijn mijn hele leven blijven hangen. Ik maak nog steeds ocarina's en muziek en sinds een jaar is mijn tuintje erbij gekomen. Van het laatste weet ik nu al dat het een blijvertje is. Nu ik wat ouder ben heb ik mijn 'projectjes' een stuk beter in de smiezen, maar zo af en toe word ik nog wel eens door een onverwacht obsessief momentje overvallen.

Laatst bood iemand mij een oude, antieke caravan aan. De afgelopen jaren waren we regelmatig op pad geweest met de oude camper van een goede vriend, maar helaas was het oude baasje te slecht geworden om er nog veilig mee de weg op te gaan. Een tent is leuk, maar steeds nog lonkt mij het zwerven op wielen, of het er nu 2 of 4 zijn... Toen mijn interesse voor die oude caravan gewekt was, sloeg het bijbehorende 'project' in als een bom. Ik kon aan niets anders meer denken. Ik ging alles lezen over het type, ik nam alle tips en tricks over opknappen gretig in me op en binnen een avond wist ik alles wat er over die desbetreffende retrocaravan te weten viel. Ik telde de dagen af tot de dag dat ik hem op kon komen halen. Ik werd er zelfs helemaal onrustig van. Ik wilde het liefst de dag nadat ie voor mijn deur zou staan al een paar dagen op pad...

Tot de eigenaar belde. Ze konden geen afstand doen van het geval. Teveel jeugdherinneringen. De koop ging niet door. De leegte en de teleurstelling die volgde kreeg maar weinig tijd om zich te nestelen, want uit puur schuld gevoel was de eigenaar van de door mij beloofde caravan al op zoek gegaan naar een waardige vervanger en had deze zowaar gevonden. Via marktplaats deed ik meteen een bod en zowaar: mijn nieuwe obsessie op wielen werd voor me gereserveerd. Ik moest en zou die caravan hebben! 

Weer kon ik bijna niet meer slapen van de gedachte aan het hebben van een eigen caravan. Tot ook deze eigenaar gisteren, de dag voordat ik hem in Rotterdam op zou gaan halen, belde. Haar dochter kon geen afstand doen van hun mobiele nestje. Teveel jeugdherinneringen... De koop ging niet door. 
Die avond ben ik verwoed en gefrustreerd op zoek gegaan naar een nieuwe caravan. Uiteindelijk vond ik de sleurhut van mijn dromen, nog veel mooier dan die twee die aan mijn neus voorbij waren gegaan: een antieke Constructam Condor uit 1969. Helaas lag deze lag financieel buiten mijn bereik en vergde bovendien behoorlijk wat opknapwerk. Het zou een enorm 'project' gaan worden... 

Vroeger zou ik direct de verkeerde keus gemaakt hebben, maar nu, op zekere leeftijd, lukte het me gelukkig om dit 'project' voorlopig te parkeren. En eigenlijk was ik opgelucht dat het caravanavontuur langzaam uit mijn systeem kroop en me weer ruimte gaf voor het echte leven...

Vanmorgen liep ik met Jelle door mijn tuintje om een appel en aardbeien te plukken voor school. Toen ik rond me heen keek besefte ik weer wat ik allemaal al had. Mijn kasje, mijn veranda, mijn zelfgemetselde openhaard, mijn groentetuintje met mijn eindelijk puberende courgettes waar ik zoveel werk aan had gehad: het bleek veel meer te zijn dat alles wat ik me ooit zou kunnen wensen. En toen we na het fietsen de school inliepen en Jelle met zijn kleine handje de mijne pakte en me alleraardigste glimlach gaf, besefte ik weer dat sommige 'projectjes' meer dan genoeg voldoening geven voor een heel mensenleven. Met een steek in mijn hart besefte ik dat ook aan dat kleine, naar onvoorwaardelijke liefde en veiligheid zoekende handje ooit een einde komt. Uiteindelijk worden alle kleine koters groter, zelfstandigers en steeds minder handbehoevig... 

Soms ben je bang iets zo erg te moeten missen, dat je bijna zo wensen dat je het niet had zodat je het niet zo erg zou hoeven te missen als je het nooit had gehad. Maar dat is een heel ander verhaal...




donderdag 29 augustus 2013

Giftig

We leven in een rare wereld. Waar de één op de barricades staat om bestrijdingsmiddelen uit zaden te mijden zodat de bij het kan overleven, gooit een ander gifgas over een bevolking heen zodat al het materiële onbeschadigd blijft. Waar overal ter wereld bezorgde mensen schreeuwen om aandacht wegens de schrijnende vernietiging die schaliegaswinning met zich meebrengt, moeten we ons in Nederland verplicht van de minister achter de oren krabben over het economisch gewin dat schaliegas voor ons arme, in crisis verkerend landje zou kunnen opleveren.

Soms weet ik het niet meer. Waar moet ik me druk over maken? Soms lijken problemen zó klein dat ze de moeite niet waard zijn om je druk over te maken, soms zijn ze zo groot dat je je er met je gevoel geen grip op lijkt te krijgen. Ieder voorgelegd probleem levert steevast de volgende vraag op: kan ik er iets aan doen? De metafoor van de vlindervleugelslag die aan de andere kant van de wereld een orkaan ontketend klinkt wellicht hoopvol, maar is vaak te abstract om het effect in het dagelijkse leven zelf te zien en toe te passen...

Maar ik denk dat iedere goedbedoelde vleugelslag zijn waarde heeft, hoe klein het briesje ook is dat het veroorzaakt. Iedere inspiratie, opgedaan in een terloops gesprek, een hopje van het hart bij een welgemeende glimlach, een vluchtige aanraking uit genegenheid of het stotterende enthousiasme van een kind: al dit draagt bij aan een betere wereld. Bij iedere actie, hoe gruwelijk, beschadigend of onbegrijpelijk ook heb je iedere keer weer een keus hoe je reageert. 

Toen afgelopen week hier in Lent het Huis van de Toekomst in de hens ging, een initiatief om voor €0,00 een huis te bouwen van afval, zakte bij mij even de broek af. Twee weken voor de officiële opening vond iemand, om wat voor reden dan ook, dat dit huis er niet meer moest zijn. Je zou het vertrouwen in de plaatselijke mens zo kunnen verliezen. De bouwers zelf besloten anders. Het project was geslaagd. Met of zonder huis. De opening gaat door en de initiatiefnemers gaan gewoon gebruik maken van de vergunning die ze nog voor twee jaar hebben. Respect.

Zonder geloof ben je nergens. Zonder overtuiging of hoop op beter, al is het voor een ander, kan net zo goed het licht voor altijd uitgaan. De lol en energie die je ergens insteekt is vele malen meer waard dan het uiteindelijke resultaat van je inspanning...

Vandaag had ik persoonlijke misère die me de wereld om me heen even deed vergeten. Een ontstoken tand, de bijbehorende wortelkanaalbehandeling en een tot overmaat van ramp pijnlijke vastzittende spier in mijn nek maakte me even tot de zieligste man ter wereld. Wat nou schalie gas? Wat nou gifgas? Wat nou dooie bijen? Een enkele tijdelijke tegenslag gooide me zo van het geloof af dat ik zelf met mijn zielige lijf ook maar iets zou kunnen betekenen voor deze wereld. Maar toen ik vanavond met behulp van wat flinke pijnstillende jongens de 'onderzoekersspeurtocht' aan het uitzetten was die we tijdens het verlate kinderfeestje van Jelle morgen gaan ondernemen, verwonderde ik me weer over hoe mooi de wereld op de vierkante centimeter is...

"Hoe verspreidt een paardebloem zijn zaden?". "Waarom deelt de pauw in het dierenweidje zijn prachtige vleugels met ons?". "Waarom knipt de buurman zijn buxus in de vorm van een zwaan?". Stuk voor stuk onbeduidende vragen waarvan de antwoorden niet belangrijk zijn, maar die de  kinderen wel het besef meegeven dat het altijd ergens om gaat. Altijd.

Misschien is het omdat ik even geen pijn meer heb. Of omdat ik een beetje licht ben in mijn hoofd van de pijnstillers. Maar ineens vind ik de wereld weer prachtig. Ik hoef maar om me heen te kijken om te zien dat alle ellende, angst en nutteloze sensatie waar de media mij iedere dag mee bombardeert, duizendmaal gecompenseerd wordt door de simpele schoonheid van een paardebloem die op het punt staat zijn zaden de wereld in te blazen, of die ene rijpe tomaat die speciaal voor mij zijn best heeft gedaan om op te vallen...

Noem me een dromer. Noem me naïef. Noem me wat je wilt. Maar ik weet het weer: de wereld is prachtig!



zondag 25 augustus 2013

Schizofrene Voortuin

Gisteren mailde mijn broer mij over een nieuw project dat hij met zijn vrouw wil opstarten: De Schizofrene Voortuin. Ze hebben een stukje grond aan de zijkant van het huis waar ze al sinds jaar en dag in het voorjaar wat zaden dumpen en aan hun lot overlaten. De ene keer is de opbrengst beter, de andere keer minder, maar toch lukt het ze al bij al ieder jaar met minimale inzet een redelijke opbrengst te realiseren.

Toch was mijn schoonzus gecharmeerd door het concept van de Makkelijke Moestuin en overwoog volgend jaar een eigen MM op te starten. 'Maar waarom?' vroeg mijn broer zich af, ' Onze tuin doet het toch al goed?'. 'Dat is zo, maar misschien doet de MM het nòg beter!'.
Vandaar de Schizofrene Voortuin. De ene helft van hun stukje grond wordt Makkelijke Moestuin, de andere blijft zoals het is...

Ik vindt het wel grappig hoe hoe het soms bij mensen werkt. De ene gaat vol voor verandering (Ik, zei de gek), een ander kijkt liever eerst de kat uit de boom...

Wat mijn broer en ega nog niet beseffen is dat ze eigenlijk al een Makkelijke Moestuin hebben... Oké, er zit geen bak omheen, ze gebruiken geen raster en ze maken geen gebruik van een speciale mix, maar de instelling om er zo weinig mogelijk aandacht aan te besteden, het feit dat ze alle soorten groenten door elkaar zaaien en ook nog van ieder maar een paar, is al de helft van het werk. Bovendien hebben ze het voordeel van een goede luchtige grond die ze uit hun eigen compostbak bemesten. Al is het een soort uitstel van executie, alleen al omdat ze er met plezier en een goede portie nuchterheid en humor mee aan de slag gaan, toch is het experiment nu al geslaagd! 

Het gaat er namelijk helemaal niet om hoe je je MM samenstelt. Natuurlijk kun je door gebruik te maken van een beproefde werkwijze en ingrediënten het optimale uit je tuintje halen, maar uiteindelijk gaat het om het plezier en de haalbaarheid dat je er naast je bestaande drukke leven uit kunt halen. Zelf ben ik in het eerste jaar dat ik met mijn MM begon volledig doorgeslagen, maar dat komt omdat ik nu eenmaal zo in elkaar steek. Ik vind het iedere keer weer verwonderlijk hoe mensen in mijn omgeving die door mijn enthousiasme aangestoken worden hun eigen vertaling weten te maken van hoe ze met hun eigen tuintje aan de slag willen en wat het ze moet opleveren.

Vorige week ging het gesprek tijdens de pauze van mijn werk voor de zoveelste keer over mijn moestuintje. We zaten achter op de patio van ons kantoor waar net de huurbaas voor de zoveelste keer onze vers aangelegde kantoortuin onkruidvrij had proberen te maken. Wat een prachtige tuin kan zijn, is op dit moment nog steeds niets meer dan een braakliggend stukje grond waar het onkruid welig tiert, de kantoorhonden hun botten begraven, hun plasjes doen en waar de Hedra overal klimt behalve in het degelijke rek aangelegde dat er voor is bestemd...  Al eerder was er geopperd, mede door mijn enthousiasme, samen een kantoor-MM te beginnen. De 3 ondernemers in het pand zijn tenslotte toch meer op hun werk dan thuis, dus waarom geen eigen groentevoorziening waar ze dagelijks hun dagelijkse portie verse groenten en kruiden uit kunnen plukken? 

Ik had al snel door dat het werkelijke initiatief uit hunzelf moet komen, omdat een kantoor MM niet moet betekenen dat ík het ga zijn die uiteindelijk de bakken aanlegt, met de grond gaat sjouwen en hun tuintje ga onderhouden, hoe weinig werk het ook is. 

Toch jeuken mijn vingers om met dit idee aan de slag te gaan! Je groententuin op kantoor: twee vliegen in één klap! Een paar bakken op maat, wat houtschors er tussen tegen het onkruid en voor het oog, met verse salade en kruiden voor de middag en elke dag wat groenten mee naar huis. In plaats van saaie Hedra wat peultjes in het rek en verse aardbeien en ander fruit als 4 uurtje...

Het is niet dat ik iedereen aan de MM wil hebben. Wat ik wel wil is het plezier dat ik zelf beleef aan mijn eigen tuintje delen met de mensen die ik dagelijks om me heen heb. Je moet je werk in deze pittige tijden tenslotte toch op één of andere manier zo leuk mogelijk maken...

Morgenvroeg toch maar weer wat verse salade en aardbeien plukken om tijdens de lunch mee te pronken tegenover de saaie boterhammen die iedere dag weer op tafel komen... 
Ben benieuwd of ze happen...






maandag 19 augustus 2013

Aardappeleters

Het woord "crisis" is een van de meest misbruikte woorden op dit moment. Natuurlijk staat veel mensen in ons land het water aan de lippen, vallen bedrijven om en moet Nederland in het algemeen de broekriem aan trekken. Maar het feit dat we überhaupt nog in dit land de luxe van het bezit van een broekriem hebben, een aantal bedrijven sowieso al aan het wankelen waren en mensen die het financieel zwaar hebben het voor de crisis ook al moeilijk hadden, wordt weggewimpeld met het populairste woord van het jaar: crisis. Crisis lijdt ook tot gemakzucht. Door minder geloof in de toekomst, self fulfilling prophecy en een algemeen groeiende gelatenheid vervallen we in een soort van apathie waarbij extra inzet, creatief denken en scherp denken steeds minder aanwezig lijken te zijn. Of niet?

Is "crisis" wellicht ook iets positiefs wat een bevolkingsgroep eens in de zoveel tijd moet overkomen? Ongepaste vanzelfsprekendheden en overmaatse verworvenheden worden onder de loep gehouden, hebzucht en neiging tot vervlakking worden moeilijk te verdedigen karakterfoutjes en over het algemeen gaan mensen zuiniger om met wat ze hebben. Er wordt minder uitgegeven aan rotzooi en hebbedingen en bovenal: we gaan gezonder eten aangezien we het eerst besparen op snoep, snacks en duur high tech modevoedsel...

Door de vele ontslagen is de groei van ZZPers explosief en steeds meer mensen gaan uiteindelijk dat doen waar ze al jaren van droomde, maar nooit de noodzaak zagen of de lef hadden om hun wilde plannen daadwerkelijk waar te maken. Naast de multinationals die jarenlang de markt in handen hadden groeit het aantal kleine bedrijfjes dat op lokaal niveau op basis van creativiteit en een flink stuk gunfactor een boterham weet te verdienen, hoewel soms nog wat karig belegd. "Crisis" brengt naast een hoop ellende ook een hoop onverwachte lol. Nederland wordt wakker, weliswaar soms met een kater, maar wel hyper alert!

Toen ik 16 was, heb ik mijn eerste ervaring met "crisis" opgedaan. Weliswaar op micro formaat, maar toch, de schrik zat er even goed in. Ik ging samen met mijn broer, voor het eerst zonder ouders, op vakantie. Met voor twee weken aan geld, een doedelzak, trekzak en wat fluiten namen we de boot naar Engeland, een boemelbus naar Liverpool en voeren op een wilde, stormachtige Ferry naar einddoel Ierland. De film Ghandi die me tijdens de zeezieke overtocht wat afleiding bood van mijn braakneigingen, bleek een verhulde les in de poverheid die mij te wachten stond in het land van mijn dromen...

Vanaf Dublin ging de reis liftend en te voet. In Roundstone sliepen we een nacht op de camping naast de IRA gevangenis waarvan de bewoners ons met hun gejammer uit onze slaap hielden en de eerste echte liftdag daarna stonden we al gebroken langs de kant van de weg. Bloedheet. Geen lift. Crisis...
Uit pure wanhoop en verveling pakte ik mijn doedelzak en mijn broer Martin zijn trekzak en voordat we het wisten werden we tijdens ons armetierige spel gestoord door een aftandse Mini die stopte langs de kant van de weg. De verkeerde kant bleek. Of eigenlijk de goede, want wij stonden fout. Maar ja, als rechtsrijdende Hollanders was zo'n fout makkelijk gemaakt aangezien er tot dusver nog geen auto langsgekomen was... Een aardige jongen uit Dublin vroeg ons waar we heen wilde. "Naar de muziek" zeiden we allebei hoopvol en dat trof, want onze toekomstige vriend was onderweg naar Doolin, een aftands gat aan de westkust waar iedere Ierse volksmuziekidioot die maar de moeite wilde nemen er na toe af te reizen, in die periode er ook daadwerkelijk was. Het bleek een dorpje met een enkele kroeg, O' Connors, waar achter een weidje lag voor muziekfanaten, verdwaalde reizigers en een enkele Zweedse die verslaafd was geraakt aan de sfeer en de Snuss, een soort pruimtabak, die je als een balletje onder je lip draagt.

In O' Connors was bijna 24 uur per dag muziek. Doorgewinterde beroepsmuzikanten die ondanks het bovenmaatse drankgebruik in hun vakantie puur op vingergeheugen steevast de juiste noten speelde, terwijl de rest van hun hersenen in coma lag, hielden een wedstrijd in snelheid en virtuositeit met de jonge garde aan muziektoeristen uit heel Europa die met het zweet op het voorhoofd zich de snelstromende melodieën probeerde eigen te maken en in te prenten. Je had de keus uit twee maaltijden: Irish Stew of Guinness. De meeste kozen het laatste, waarschijnlijk omdat het gezonder en voedzamer was. In de korte tijd dat we in Doolin waren hebben we de meest bizarre avonturen beleefd. Lange nachten met de legendarische broers O' Connor: wereldberoemde legendarische folkmuzikanten, waarvan er één al dood, één bijna dood en de derde langzaamaan weer kinds was. Mijn broer won een Barrelrace (met een ton de berg op rollen), we hebben de kroeg een avond drooggelegd door alleen maar Pints of Milk te bestellen, we hebben met drie man op een motorscooter 30 km lang op een pikdonkere slingerweg stomdronken aan de verkeerde kant aan de weg gereden, tot we er achterkwamen dat de derde er onderweg blijkbaar ergens van afgevallen was en ik heb er de mooiste sterrennacht van waarschijnlijk mijn hele leven beleefd...

Maar aan alle rijkdom komt een einde. Nadat het geld dat voor vier weken moest reiken al na anderhalve week op was terwijl we er nog meer dan twee te gaan hadden, sloeg de paniek toe. Crisis. Geen geld voor eten, drinken of zelfs geen Irish Stew, waarvan de kostprijs en de voedingswaarde vele malen lager was dan de al belachelijk lage prijs waarvoor het op de kaart stond. Van ons laatste paar munten kochten we een blikje 'Meatballs in Onionsauce' een weloverwogen investering die later die dag luidruchtig tegengesproken werd door onze spontaan naar buiten migrerende darmflora. Zwak, ziek en misselijk werden we uiteindelijk toch door de honger naar het strand gedreven om tussen de stenen naar Perry en Horsewinkles te zoeken: kleine, gummiachtige slakjes die het gezouten bij het bier in de kroeg prima deden, maar puur gekookt in zeewater de smakeloosheid van de Irish Stew overtroffen...

De volgende dag zaten we schuilend voor de regen al veel te vroeg in O' Connors. De enkele andere aanwezigen waren muzikanten die met hun instrument in de handen nog hun comateuze bacchanaal van de vorige avond aan het verwerken waren. Ik wilde naar huis. Ik kon deze crisis niet meer aan. Net toen ik van zelfmedelijden en lamlendigheid in huilen uit wilde barsten, riep iemand de blijkbaar magische zin "They're coming", want alle kasplantjes werden in één klap wakker en stonden met hun instrument in de houding, klaar om te spelen. Door het vuile raampje zagen we een enorme bus met dubbele rij voorwielen over het landweggetje ons tegemoet komen. Het waren de Amerikanen! Op hun Going Europe Tour was Doolin een blijkbare must op hun rondreis door Ierland, en voor we het wisten stonden alle muzikanten met hun laatste energie en een bewonderenswaardige glimlach op hun gezicht te spelen alsof hun leven er vanaf hing. De chauffeur was blijkbaar ook een neef, broer, zwager of iets anders van de O' Connors Clan en met een vakkundig overgebracht gevoel van medelijden wist hij een behoorlijk bedrag in zijn rondgaande hoed af te troggelen voor de muzikanten en zijn eigen provisie. Toen de muziek even stopte om met de opgehaalde poet de droge kelen te smeren en de alweer tot vertrekken aangespoorde Amerikanen uit te zwaaien nam ik mijn kans waar...

Zoals ik al eerder ooit schreef maakte ik al vanaf mijn twaalfde jaar Ocarina's, kleine ceramische fluitjes met een vrolijk en intrigerend geluid. In de stilte die na het muzikaal geweld viel stond ik op en speelde mijn allervrolijkste en meest virtuoze deuntje. 20 seconden later werd ik blind geflitst door 30 Amerikanen dit dit moment voor het nageslacht wilde vastleggen.10 minuten later had ik van de 30 fluitjes die ik meegenomen had alleen die om mijn nek nog over. 25 Ierse pond per fluitje... We waren twee keer zo rijk als toen we op reis gingen. Wat nou crisis...

De Irish Stew die we daarna besteld hebben smaakte emotioneel beter dan alles wat ik ooit daarvoor gegeten had en met een gespekte beurs hebben we onze bijzondere reis door Ierland op een voor ons  zeer luxueuze manier af kunnen maken...

Soms moet je je moment kiezen. Soms leidt noodzaak je tot ongekende hoogtes. In armoede kan meer rijkdom schuilen dan je soms zou vermoeden...

Vandaag heb ik eens goed gekeken wat er in mijn tuintje stond. De optelsom van mijn groene rijkdom deed me verbazen over hoe lang we er mee zouden kunnen overleven als het morgen écht crisis zou zijn. Ik zou me bijna gaan schamen over hoe rijk ik stiekem ben...