vrijdag 26 april 2013

Zorgenkindjes

Mijn baas heeft sinds kort een hondje, Nola. Geen leuk, klein, afgedresseerd en welopgevoed raskeffertje, nee, het is een uit Roemenië geïmporteerd, van geboorte af mishandeld, weggelopen, ondervoed, opgesloten en binnen een dag gesteriliseerd, van haar zusje gescheiden, overgevlogen en zwaar getraumatiseerd vuilnisbakkenexemplaar, zo bang voor alles wat beweegt en zo blij is met iedereen die aandacht geeft dat ze niet weet of ze haar staart eraf moet kwispelen of je hand er af moet bijten. Zo'n hondje dus. Binnen een week heb ik het beestje, dat zich vanonder de tafel van mijn baas uit langzaam zekerder begint te voelen en dan ook steeds meer gaat blaffen tegen alles en iedereen, volledig in mijn hart gesloten. Dat heb je soms met beesten.

Toch kan ik me niet herinneren dat ik dit ooit met een plant heb gehad. Misschien wel met dat waar een plant voor stond. Toen kort na mijn moeder ook mijn vader overleed en we de inboedel over de kinderen verdeelde, kwam de bonsaiboom die ik de Sinterklaas daarvoor aan mijn moeder had gegeven terug bij mij. Het was dan wel geen echte bonsai, maar eerder een afgeknepen en zwaar mishandelde Ficus, maar toch, voor het geld had ik destijds toch een boompje weten te scoren waarmee ik redelijk voor de dag kon komen..

Voor deze plant deed ik toch extra mijn best. Hij had een prominente plek voor het raam en zomers op de veranda en regelmatig nam ik de schaar ter hand om het boompje er aan te herinneren dat hij misschien niet als Ficus geboren was, maar zeker wel zo zou eindigen. Af en toe knipte ik een verkeerd takje af en zo bouwde zich toch een echte band op tussen mij en m'n Bonsaificus. Dit ging lange tijd goed, totdat de plant in mei onverwachts toch een paar nachten vorst voor zijn kiezen kreeg (weer die verrekte ijsheiligen!). De blaadjes vielen een voor een af en de plant ging binnen een week dood.

Naast verdriet voelde ik me vooral schuldig omdat ik het boompje van mijn moeder dood had laten gaan, terwijl zij zelf met liefde eens een plant wel 30 jaar in leven en in bloei wist te houden...
En dat is nou het mooie van groenten. Je hoeft er maar even voor te zorgen, daarna eet je ze gewoon op! Iedereen kan het wel op brengen om 3 weken intensief voor radijsjes te zorgen. Bloemkolen duren al een maand of 3 en asperges zijn echt voor vergevorderden, aangezien ze het eerste jaar niets opbrengen behalve enorme pluimen, pas het tweede jaar een beetje en het derde jaar eindelijk de rest.

Gelukkig ga ik beter om met mijn huisdier. Poes gaat inmiddels ook al weer een jaar of 10 mee en toont nog geen enkel teken van verval. Misschien omdat ze iedere dag op de vensterbank een bakje vers, fris water krijgt als ik de planten water geef...

Vandaag heb ik ondanks het gegrom en met gevaar op een paar vingers minder ons nieuwe bedrijfshondje Nola de hele dag gepaaid met brokjes. Op een gegeven moment overwon haar nieuwsgierigheid en groeiende eetlust het van haar angst en liet ze zich uitgebreid door mij aaien.

Waarschijnlijk zal ik dit ritueel nog vele keren moeten herhalen, maar dat we vrienden worden weet ik zeker, we hebben tenslotte dezelfde baas...







dinsdag 23 april 2013

Vergeten groenten

Vanavond heb ik mijn oudste zoon Sebastiaan op het vliegveld gezet naar Porto. Nu hij wat ouder is bezoekt hij een paar keer per jaar zijn oma en overgrootmoeder van moeders kant. Lekker een weekje uitwaaien, uitgaan, uitrusten en uitgebreid in de watten gelegd worden voordat school weer begint.

Toen ik terugreed van vliegveld Weeze dacht ik weer even terug aan de tijd dat ik nog met zijn moeder getrouwd was en ik voor het eerst een rondleiding door het bescheiden stadse achtertuintje van overgrootvader Bertinho en overgrootmoeder Quelinha kreeg. Het was rond kerst en de bloemen groeide nog steeds volop. Bertinho liet me zien waar de moeder van Sebastiaan vroeger haar eigen groentetuintje had. Er vlak naast stond een plantje dat hij wilde pepermunt noemde, maar dan eentje die ik nog niet kende. Een donker, niet bijzonder aantrekkelijk harig plantje met een grof blad en donkere steel, maar met een volle, zoete geur die deed denken aan zo'n zwoele avond om van te zuchten...

Ik kreeg op onze terugreis naar Nederland een stekje mee en door de jaren heen heeft dit plantje zich door de tuinen van mijn familie en vrienden heen verspreid. In al die jaren erna heb ik nog steeds geen andere pepermunt gevonden met zo een intense geur en smaak.

Het plantje had echter als nadeel dat het behoorlijk woekerde en zelf dáár groeide waar geen enkele andere plant wilde aarden. Voor je 't wist nam het je borders over en zelfs in het gazon kwamen spontaan jonge scheuten het daglicht opzoeken.

Een jaar of 3 geleden echter werd het minder met mijn Portugese Pepermunt. Het was net of hij er niet zo'n zin meer in had. De blaadjes werden kleiner, de plant werd een stuk minder hoog en ook het woekereren werd een stuk minder. Toen het plantje vorig jaar overgroeid dreigde te worden door een wel zeer overenthousiaste Citroenmelisse, heb ik nog snel een polletje gered en in de voortuin gezet. Dit sloeg niet echt aan en verdween uiteindelijk in een tweedekeus potje met gebruikte aarde en uiteindelijk in de groencontainer. Einde pepermunt. Dacht ik.

Toen ik vanavond, net voor het donker, van het vliegveld thuiskwam en nog snel even mijn dagelijkse rondgangetje langs mijn bakken in de voortuin deed, zag ik het opeens. Precies op de plek waar vorig jaar het laatste zielige polletje Portugese Pepermunt stond voordat alles werd omgespit en de grond werd bedekt met worteldoek en bakken, precies daar, langs de rand van de bak, net daar waar het worteldoek ophield, kwamen een aantal jonge scheutjes met moeite de grond uit piepen, herkenbaar door de mij zo welbekende harige blaadjes en steeltjes.

Toen ik een klein vers blaadje in mijn handen fijn wreef en de vrijkomende geur tot mij nam, was ik weer even helemaal terug in Porto, in het achtertuintje van Bertinho en Quelinha. Precies daar waar Sebastiaan, net aangekomen, waarschijnlijk op dit moment op het balkonnetje van zijn overgrootmoeder een sigaretje staat te roken en uitkijkt op het tuintje van zijn moeder.

Veel plezier jongen. Ik ben dichterbij dan je denkt...


zondag 21 april 2013

Niet voor de poes

Wij hebben een poes. Ze is een jaar of 7 geleden aan komen lopen en besloot toen rond te blijven hangen. Eigenlijk heet ze Minou, maar aangezien ze toch nergens naar luistert noemen wij haar meestal gewoon Poes. Vanaf dag 1 keek Poes enigszins minachtend naar de kattebak die we voor haar hadden aangeschaft en heeft sindsdien altijd haar behoefte buiten de deur gedaan. Af een toe kreeg ik wel eens een klacht van de buren, maar wanneer ik een hulpeloos gebaar maakte en begrijpend instemde met geluiden zoals 'vervelend', 'begrijpelijk' en 'irritant', stelde ik ze over het algemeen weer even tevreden zonder daadwerkelijk actie te hoeven ondernemen. Mijn leefde dan ook maar tot op een bepaalde hoogte mee, aangezien Poes altijd buiten de deur scheet en ik zelf dus geen ervaring had met de irritante gevolgen waar de buren telkens zo vol van waren.

Tot een tijdje geleden. Aan het eind van onze straat woont een kater, Pluto. De kat van een goede vriendin van ons. Deze vriendschap beperkt zich echter tot de vriendin zelf. Voor haar kat heb ik hele andere gevoelens. Pluto is een enigszins laffe kater die zijn frustraties dagelijks botviert op Poes, die naast lief vooral een beetje blasé is. Daarnaast houd Pluto van treiteren. Soms denk ik wel eens dat Pluto door een Beagle gebeten is en daar geen hondsdolheid aan heeft overgehouden, maar wel de streken die zo typisch zijn voor een Beagle.

Ze steekt regelmatig haar kop boven het raam uit om Poes tot waanzin te drijven, komt 's nachts binnen om haar bak leeg te vreten en sprietst alle hoeken van het huis vol om maar te bevestigen dat hij de baas is en dat katers ongelofelijk kunnen stinken. So far so good. Ik wordt gewoon teruggepakt op mijn eigen laconieke gedrag van de afgelopen jaren. Kan ik mee leven.

Maar sinds kort heeft Pluto het op mij gericht, nadat ik hem onlangs succesvol en zeer bevredigend uit mijn tuin wegjaagde, dit om te voorkomen dat Poes een hartverzakking kreeg en alweer een leven kwijt zou raken. In mijn Makkelijkemoestuinbakken in de voortuin staan namelijk in ieder vak 3 saté prikkers. Dit heeft tot nu toe de katten uit de buurt succesvol weerhouden mijn moestuin te gebruiken als openbaar toilet. Maar Pluto is anders. Gisterenochtend vond ik in het vak waar ik zoete franse worteltjes  had gezaaid 3 losse saté prikkers en een verse kattendrol. Ik heb de grond er omheen verwijderd, verse grond toegevoegd en de sate prikkers teruggeplaatst. Zonder bewijs beschuldig ik niemand maar daarentegen heb ik het volste recht op mijn eigen vermoedens.

Vanavond heb ik dus even een tijdje uit mijn raam staan kijken, het licht uit, op wacht voor de dader.
En ja hoor, met een tred die Jerry van Tom niet zou misstaan kwam Pluto aangelopen, verkende eerst de situatie grondig (lafaard!) en ging toen voorzichtig op de rand van de bak zitten waar hij gisteren bewijslast nummer 1 had achtergelaten. Naast de 3 saté prikkers had ik er een vierde bij gestoken dus ik dacht 'Mispoes!'. Maar niets was minder waar. Met een stijgende verbazing zag ik hoe Pluto één voor één de saté prikkers uit de zachte Makkelijkemoestuinmix werkte, af en toe zelf handig zijn bek gebruikend, en zich daarna draaiend en gravend klaarmaakte voor een nieuwe wraakbolus. Net voordat de kleine terrorist zijn kattenkwaad uit kon halen, stormde ik naar buiten en joeg met veel lawaai de kleine buurtschavuit naar huis.

Nog boos en nahijgend van de adrenaline stond ik even stil op straat. Toen zag ik mijn buurman die voor zijn raam hoogstwaarschijnlijk het hele tafereel had gadegeslagen. Het plezier en de voldane blik in zijn ogen waarmee hij naar mij zwaaide sprak boekdelen. Wraak is zoet. Zoeter nog dan franse worteltjes...

Morgen trakteer ik Pluto op saté. Met sambal.


zaterdag 20 april 2013

Een brug te ver...

Gisterenavond stonden ineens een aantal buren uit de straat in een kluitje voor mijn eetbare voortuintje. Wijzend en lachend werd mijn bloemkool beoordeeld, de opkomende uitjes en worteltjes bewonderd en de te vroege bonen en courgette betwijfeld om hun overlevingskansen. Na een laatste grapje over 'wanneer is de saté rijp?', doelend op de vele satéprikkers die ik tegen de katten in alle vakken heb geplaatst, ging het gesprek verder over ditjes en datjes. Over hoe fijn het is dat het in onze wijk nog zo rustig is, dat er zo weinig gebeurt terwijl de rest van Lent volledig op de schop ligt.

Pardon? Rustig? Weinig gebeurt? En dat terwijl ze met hun snufferd op het belangrijkste deltawerk ooit in Lent staan te kijken? Nergens in Lent was de diversiteit in opbrengst ooit zo hoog als in mijn voortuin! Nergens in Lent is er ooit zo'n grote hoeveelheid Makkelijke Moestuin Mix gebruikt. De plaatselijke hovenier had er zelfs 'Nog nooit van gehoord'. Nog nooit in Lent is iemand al in de winter, succesvol of niet, begonnen met het zaaien van zomerplanten en nog nooit heeft iemand in Lent het überhaupt aangedurfd een complete groentetuin aan te leggen in de voortuin, uit angst over wat de buren zouden kunnen zeggen...

Vandaag staat iedereen in Lent vroeg op om het invaren van de nieuwe stadsbrug te volgen.

Ik heb nog even overwogen om de op de nieuwe brug gerichte webcams vannacht op mijn voortuintje te richten, de dranghekken en speciaal voor het evenement gebouwde tribunes naar de Cyclamenstraat te verplaatsen en de plaatselijke pers op de hoogte te brengen van waar het echte evenement zich vandaag afspeelt.

Maar ik doe het niet. In plaats daarvan fiets ik vandaag met de kinderen langs de nieuwe waterkering bij de nieuwe zijgeul langs de nieuwe dijk naar de nieuwe school aan het nieuwe kruispunt waar ook het nieuwe station in aanbouw is met een nieuw uitzicht op de nieuwe supermarkt, een paar honderd nieuwe woningen die aan het nieuwe park liggen en langs de parkeergarage in aanbouw waar net de bouw van een nieuw van de Valk hotel begint om uiteindelijk uit te komen bij de plek waar het invaren van de nieuwe Stadsbrug vandaag het beste te volgen is. Gewoon. Voor mijn ontspanning. Daarna fiets ik weer naar huis. Naar mij misprezen voortuintje. Naar het echte werk...




vrijdag 19 april 2013

Eindelijk...

Terwijl ons land langzaam volschiet van de komende troonswisseling, is er eerst morgen bij mij in de voortuin ook iets bijzonders aan de hand...mijn oudste planten, de winterspinazie en de blauwe Groningse snijmoes, die al vanaf oktober in mijn bakken zaten en menig nachtvorstje overleeft hebben, puilen op dit moment hun bakken uit en roepen me toe om gegeten te worden.

Vanavond heb ik een handvol blauwmoes gewokt om vol verbazing te merken dat het de lekkerste spinazie is die ik ooit gegeten hebt. De winterspinazie die er naast staat en inmiddels uit begint te groeien tot enorme groene oren smaakt daarentegen juist minder naar spinazie. Reden genoeg om deze twee veteranen samen een passend einde te geven en morgen een heerlijke wokschotel te maken met snijmoes, spinazie, knoflook, een klein uitje, pijnboompitten, witte geitenkaas, verse wilde rucola en ontpitte dadels.

Grappig toch dat dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Neem nu ons nieuwe koningspaar. Terwijl Máxima gisteren wijselijk haar best deed om haar mond te houden en alle aandacht iedere keer weer terug te richten op de koning in spe, werd mij steeds duidelijker wat ik eigenlijk al wist. Maxima is onze echte koning! Waar Alexander gezellig over voorgekookte RVD vraagjes keuvelt, schieten de ogen van onze vrouwelijke koning heen en weer en zie je haar razendsnel denken hoe ze haar handpopje zo positief mogelijk uit kan laten komen op tv. Tenslotte is Willem Alexander haar gereedschap waarmee ze uiteindelijk dit land zal moeten regeren...

Ik ben er niet bezorgd om. Het is een leuk en verstandig mens met haar hart op de goede plek en bovendien een stuk fotogenieker dan onze koning van bloede. Bovendien heeft ze net zoals de helft van Nederland een leuk accentje dus daarmee wint ze ook al punten.
Zelfs  in het schaakspel speelt de koningin meestal een slimmere en actievere rol dan de koning, die
meestal maar een beetje moedeloos wat stapjes rond zich heen zet en vooral koning loopt te zijn...

Nu snap ik ook dat mijn blauwmoes meer naar spinazie smaakt dan mijn spinazie zelf. Het is mijn koningin die eigenlijk de rol van koning speelt, maar samen in de pan moet met haar ega omdat het anders geen spinazie schotel mag heten, maar blauwmoesschotel. En da 's toch raar voor iets dat vooral naar spinazie smaakt...:)




woensdag 17 april 2013

Kom uit de kas...

Langzaam wordt het leger in mijn kasje. Mijn jongelingen trekken langzaam de voortuin in en groeien uit tot adolecenten met hier en daar al wat volwassen en vruchtbaar gedrag. Een enkel nakomertje of laatbloeiertje blijft nog wat hangen in de kweekbak, maar ik verwacht dat ze over niet al te lange tijd ook hun grotere broers en zussen achterna zullen gaan. Uiteindelijk blijf ik hooguit nog achter met wat zorgenkindjes, die de reis naar het grote buiten nooit zullen maken. Zelfs mijn autistische plofcactus kijkt al benauwd bij de gedachte dat ook zijn surrogaat vriendjes, de uitgedroogde lavendel, binnenkort zullen verkassen.

Ik heb hem gerustgesteld, onder de achterblijvers bevinden zich ook de paprika, de klimcourgette, de kleine peper, de Japanse pompoen en natuurlijk een hele familie tomaten in alle varianten. De meeste staan op dit moment nog op mijn vensterbank, maar zullen binnenkort hun residentie nemen in de grondbakken met klimrekken.

Toch is het anders zonder al die jonkies. Ik ben zelf vader van 3 kinderen waarvan de jongste vandaag voor het eerst naar voetbal ging en de oudste net een huis heeft gekocht. De middelste is inmiddels ook al aardig met zijn vleugels aan het klapperen om later uit te gaan vliegen. Als ouder ben je op een of andere manier toch bang om alleen achter te blijven, om niets meer te hebben om voor te zorgen of niemand te hebben die voor jou zorgt...

Gisteren begon Jelle over die oom van een vriend van een zus van een kunstenaar die in een woonwagentje op het land van zijn dochter woonde. Die man waar ik in mijn vorige blog over vertelde. Jelle had er over nagedacht en zei ' Pappa, als jij straks oud bent, mag je ook bij mij in de tuin wonen, hoor!'.

Nadat mijn hart een tijdje later weer tot bedaren was gekomen van alle ontroering ben ik stiekem even naar de plofcactus gelopen om dit goede nieuws met hem te delen en te beloven dat hij zeker met me mee mag. Uit zijn reactie bleek dat zwijgen nog altijd toestemming is...

Gelukkig heb ik een oplossing voor mijn verlatingsangst gevonden! Toen ik vanavond voor het eerst mijn eigen gekweekte groentespruiten van mungbonen (taugé) en Black Eye Peas (ze smaken net zo lekker als dat ze klinken!) verwerkt had in een maaltijd die me wonderbaarlijk goed smaakte, besloot ik dat nooit meer zonder jongelingen kwam te zitten. Het kweken van jonge groentespruiten gaat namelijk een vaste bezigheid worden in mijn kas.

Methode (in ontwikkeling)
Naar aanleiding van een blogberichtje op de Makkelijke Moestuin ben ik aan de slag gegaan met het kiemen van groentenzaden op vermiculiet. Wat heb ik gedaan?

  • Bij de toko Weuro in Nijmegen een zak Mungbonen en een zak Black Eye Peas gekocht (ieder een pond, rond de € 1,75)
  • Van elke soort bonen een flinke handvol voorgeweekt in warm water en 24 uur laten staan (afgedekt)
  • In twee vleesbelegbakjes een laagje vochtige vermiculiet gedaan met daarover heen één laagje toilet
  • Allebei de soorten bonen ieder in een bakje verspreid.
  • Deksel erop en weggezet op een donkere plek in de kast
  • Vervolgens ben ik de bonen 4 dagen vergeten totdat ik wat nodig had uit de kast
  • De bonen uit het papier geplukt, ging niet zo goed en al het papier en vermiculiet kwam mee...
  • Vervolgens alles in een vergiet gedonderd en afgespoeld boven een bak. Het toiletpapier loste op, de vermiculiet spoelde zonder probleem in de bak en wat overbleef was lekkere, frisse en schone kiemgroente!

Recept
Alle bonen waren goed gekiemd, roken fris en smaakte verrassend knapperig en sappig. Ik vond de
Black Eye Peas lekkerder dan de taugé, een wat meer nootachtige smaak. Ik heb vervolgens een rood uitje en een knoflookje gesnipperd, deze met wat tofu langzaam laten smoren in wat olijfolie totdat de ui lekker zoet werd, de kiemgroente erbij gedaan en even op heet vuur 4 minuten gewokt, peper, gemalen zeezout, geelwortel, komijn, kerrie, koriander, wat zoete ketjap en oestersaus erbij en smullen maar. Een heerlijke maaltijd die je langzaam moest eten omdat de kiemgroenten lekker knapperig waren, een beetje met de bite van hele jonge verse cashewnoten...

Ik ga nog op zoek naar een manier om geen papier te hoeven gebruiken. Dat spoelen met vermiculiet en papier vind ik toch een beetje een zootje. Ik denk dat ik het ga proberen met wat kaasdoek. Dat zou moeten werken. Ik houd jullie op de hoogte!!




maandag 15 april 2013

Sprakeloos...

Ik had eigenlijk verwacht dat ik na zo'n 25 overpeinzingen over mijn voortuintje en mijn kasje wel een beetje uitgepeinsd zou zijn. Maar niets is minder waar. Iedere keer dat ik door mijn voortuintje loop of mijn kasje bezoek ben ik weer even verwonderd over wat ik nu weer zie. Misschien komt het door mijn volledige onervarenheid en is de leercurve zo stijl dat wat ik zie naar wonderen neigt...

Di weekend was ik uitgenodigd om samen met een zootje ongeregeld, dat toevallig ook deel uitmaakt van mijn vaste vriendenkring, te spelen tijdens de open dag van een kunstsmid. Ik had Jelle meegenomen, die altijd graag een potje muziek mee maakt, dan wel of niet in de juiste maat. Een oom van een vriend van een zus of iets van die strekking woonde naast de galerie in een woonwagen. Of eigenlijk meer een woonwagen die door de jaren heen uit was gebouwd tot een eengezinswoning, bestaande uit afvalmaterialen die, toegepast, uiteindelijk absoluut geen afvalmateriaal bleken te zijn. Nadat dat we de overheerlijke linzensoep waarvoor we uit werden genodigd genuttigd hadden, kregen we een rondleiding over het terrein, dat vooral gedomineerd werd door een overdaad aan dierlijk grut. Jelle was extra gemotiveerd aangezien hij die ochtend voor het eerst als 5-jarige vrijwilliger alle hang en spandiensten succesvol had weten uit te voeren bij het dierenweidje om de hoek.

Het was een overdaad aan lente in dit onverwachte paradijsje. Je struikelde over de jonge eenden, ganzen, kippen, koeien en schapen en in een stal die sinds de tweede wereld oorlog onveranderd was gebleven (zelfs de munitieblikken waaruit de wanden van de stal waren opgebouwd waren nog intact) vonden we de twee schattigste biggen die ooit hebben bestaan...

Ik merkte aan Jelle dat hij een overdosis aan dieren had meegemaakt vandaag. Alleen de dikke pad waar hij al een half uur mee liep te zeulen kon nog enigszins zijn aandacht vasthouden.
Toen liet een van de paradijsbewoners mij haar volkstuintje zie. Ik was sprakeloos. Want op het stuk land dat groter was dan mijn hele buurt stond namelijk...niets.

Ik keek haar vragend aan en zij antwoordde lachend "na zoveel jaren ervaring zijn we gestopt met voorzaaien en dingen in de grond te stoppen terwijl het weer er nog niet aan toe is. Je kunt de natuur nu eenmaal niet forceren. En doe je het toch, dan betaal je er altijd een prijs voor. Ná ijsheiligen gaat bij ons alles pas de grond in. Groeit vanzelf. Geen centje pijn.

Daar stond ik dan met mijn kasje, mijn moeizaam in het te vroege voorjaar opgekweekte zaadjes en smaakloos gevroren spinazie. Het is dus gewoon weer een kwestie van geduld...

Sprakeloos en nederig verliet ik dit paradijsje in niemandsland en liep weer naar het kunstenaarsfeestje in de echte wereld... Terwijl we aan het spelen waren merkte ik dat ik onbewust het tempo steeds meer vertraagde. Geduld is een wonderlijk iets...