vrijdag 29 november 2013

Hyperdepiep

In mijn voortuin heerst een diepe rust. Op een paar stoere boerenkolen en minder hoopvolle bloemkolen na gebeurt er niet veel. Een enkel radijsje, wat winterspinazie en een paar vakken met bladmoes, dat is het wel... In mijn hoofd is het echter minder stil. Net zoals mijn moeder en mijn broer ben ik een van de spanningsgevoelige Houkessen waarbij de druk er via de oren uit komt. Alledrie leven we met een tuutpiepshhhht in de oren die de ene keer wat nadrukkelijker aanwezig is dan de andere keer. Tinitus heet dat. Ik noem het gewoon vette pech...

Mijn moeder kreeg haar suizingen toen ze van mij was bevallen. Samen met haar grijze haren. Alsof ze wist wat er komen ging. Als klein kind werd ik 's ochtends vaak wakker met de 9e symphony van Beethoven die vol uit de radio knalde, begeleid door een gierende stofzuiger en de prachtige sopraan van mijn moeder er bovenuit, die zo hoog kon zingen dat het soms net leek of ze die hoge toon in haar hoofd wilde evenaren. Het heeft haar veel tijd gekost om de rumoerige en ongenode gast in haar hoofd te accepteren, maar uiteindelijk won de lawaaierige helderheid het van de afstompende medicinale paardemiddelen die in die tijd voorhanden waren.

Na jaren verdwenen haar suizingen van het ene op het andere moment. De korte tijd voordat ze terugkwamen was niet genoeg om de paniek die ontstond voor de angst dat de herrie in haar hoofd zou terugkeren om te laten slaan in een voorzichtig hoop naar innerlijke rust. Ergens was ze blij dat haar stoorzender weer snel op non-stop ging. Een mens kan blijkbaar overal aan wennen...

Mijn broer is nog druk bezig met in zijn hoofd een plekje te zoeken voor zijn piepende huurder en helaas word ook ik sinds een aantal weken toenemend gestalked door een fluiter in mijn hoofd. Hij was er al een paar jaar, maar de afgelopen weken loopt hij vooral ’s nachts op standje 10 de hogere frequenties te bespelen, vaak zo hard dat ik bang ben dat de buren er wakker van horen en dat ik hopeloos in mijn bed overeind zit, proberend om de oorverdovende kakofonie om te denken naar iets waarbij in slaap te vallen valt...

Loslaten, negeren, accepteren. Het is alsof je innerlijke stem schreeuwt om aandacht. 'Rustig aan, rem af, haal adem, laat los, sta stil of anders piep ik zo hard totdat je niets anders meer kunt dan luisteren!'

Vandaag kwam, toen ik net even alleen thuis was en de rust om mij heen mijn piephoofd weer volop de ruimte gaf, mijn vriend Gijs langs voor een bakkie en een deuntje. Samen hebben we de hele middag weg getokkeld en gefloten. Pas nu ik 's avonds even rustig sinds lang weer eens een blog schrijf, besef ik wat een kabaal het eigenlijk in mijn hoofd is. Jammer toch dat ik mijn hoofd niet net zo kan bespelen als mijn eigen fluiten. Dan zou ik de rest van mijn leven vrijwillig doorbrengen met de mooiste composities die de hele dag door mijn hoofd zouden klinken...

Af en toe veranderen de tonen herkenbaar, hoe hoog ze ook zijn. De afgelopen dagen had ik een penetrante dissonant, die gelukkig vanmiddag omsloeg in een enkele, zuivere, maar zeer hoge E. Toch handig bij het stemmen. En iedereen maar denken dat ik een absoluut gehoor heb. Ze moesten eens weten...








vrijdag 25 oktober 2013

Zwerfzaad

Ik heb een geheim. Of beter gezegd: ik had een geheim. Het eigen-wereld veranderend nieuws waar ik laatst over schreef maar met niemand kon delen is inmiddels al wijdverbreid binnen huiselijke en vriendschappelijke kringen, dus eindelijk is het moment aangebroken dat ik mijn hart, mijn ziel en gedachtes met de buitenwereld mag delen: ik word opa.

Het feit dat ik mezelf beschouw als een bijzonder jonge opa zegt meer over hoe ik zelf in het leven sta dan de leeftijd waarop mijn dochter de grootste verandering in haar leven door gaat maken. Al van jongs af aan wist ik dat ze er snel klaar voor zou zijn. Sommige vrouwen worden moeder bij hun eerste kind, andere zijn het al vanaf de geboorte. Mijn dochter heeft altijd gemoederd. Misschien omdat haar moeder ook moederde, en de moeder van haar moeder en diens moeder. Bovendien kwam ze al jong in aanraking met de Molukse familie van haar vriend, waar het ook daar niet aan moederende en bemoederende types ontbrak...

Ik vind het prachtig. Toen ik haar laatst voor het eerst zag sinds ik wist dat ze zwanger was, beschouwde ik haar met een grote, innerlijke loep. Was ze veranderd? Kon ik al iets zien? Ja en nee. Hoe spannend het allemaal ook voor die twee is, wat ik vooral bij haar ervaarde was innerlijke rust en  een stevige vermoeidheid. Wat ik hoop is dat ze straks naast al dat moederen het meisje in zichzelf ook nog een plekje gunt. Dat ze niet dat stukje overslaat dat haar in haar jonge jaren maar met moeite was gegund en waarvan ze het recht heeft er nog steeds een stukje van op te eisen... 

Ik heb haar beloofd om niet als een dolle tekeer te gaan. Haar niet te bestoken met vragen, tips en weetjes over zwangerschappen, wat wel mag en niet mag en hoe het leven gaat veranderen. Dat laat ik liever aan anderen over. Ik wil er slechts voor zorgen om er te zijn, daar waar en wanneer ze me nodig heeft. 

Ondertussen ben ik natuurlijk, apentrots, stiknerveus en ongezond opgewonden over mijn opaschap in wording, meer nog over haar moederschap in wording! Natuurlijk gaat de mengeling van genen, afkomst, verstand en humor een bijzonder knap, vrolijk, leuk en slim kind op leveren. Veel goede eigenschappen slaan tenslotte een generatie over. Misschien krijgt het kind niets van dat alles mee, maar zeker is dat er een grote optocht van broers, zussen, ooms, tantes, neven en nichten, opa's en oma's en zelf tot familie afgeroepen individuen in de rij zullen staan om de arme blaag helemaal dood te knuffelen. De ouders zullen met grof geweld alle goedbedoelende geïnteresseerden de deur moeten wijzen om zelf hun eigen glimp, laat staan momenten van onverdeelde aandacht met hun spruit te kunnen beleven...

De cirkel is rond. De geboorte van mijn eigen eerste kind brengt nu een nieuw leven voort. Een leven waarvan ik overtuigd ben dat het in 4 goede handen is en waarvan ik aan de zijlijn mee mag genieten.

Toen ik vandaag in mijn kasje mijn sinaasappelplantjes hun wekelijkse drupje water kwam brengen, bleek er rond één van mijn citrusspruiten een paar extra borelingen op te duiken. Alhoewel ik schone grond had gebruikt om gemorst zaad de kans tot ontspruiten te ontnemen, hadden een paar, naar later bleek knoflookbieslookjes, toch de kans gevonden hun weg naar het leven te vinden.
Niet gepland of geplant, maar evenwel gewenst, heb ik ze voorzichtig een eigen plekje op de kweekplank gegeven. Ze zullen in de winter wel naar binnen moeten omdat ze volledig buiten de seizoensplanning besloten hebben tot wasdom te komen, maar in de winter maanden krijgen ze het lichtste plekje op mijn vensterbank en zal ik poes dringend verzoeken om haar plekje voor het raam ruimhartig te delen met deze winterkinderen.

Het leven is mooi. Vooral daar waar het steeds weer opnieuw begint...


maandag 21 oktober 2013

Hof van Eden

Ineens wist ik het weer. Terwijl ik dacht dat al mijn kennis en enthousiasme rond mijn moestuintje opgedaan was tijdens mijn groene avontuur van het afgelopen jaar, bedacht ik ineens dat het groene vinger gen al jaren terug in mijn systeem gefluisterd is door mijn eigen ouders. Ik was het alleen even vergeten...

Toen mijn ouders rond mijn 8e levensjaar met het gezin van Eindhoven naar Lith verhuisde, wist ik nog even niet wat me overkwam. We waren bijna gaan wonen in een prachtig huis met dieren en een grote tuin in Rhenen, maar de bijbelgordelstoet die op een mooie zondag aan ons autoraampje voorbijschoof richting kerk, schrok mijn ouders voldoende af om toch maar nog even verder te kijken naar een plek die minstens zo mooi was, maar iets meer ruimte gaf voor de opvoeding van hun kinderen die ze voor ogen hadden. Lith dus. De voormalige bewoners hadden de oude melkfabriek gekocht nadat ze het huis dat we gingen betrekken eigenhandig hadden gebouwd. Achter het huis lag een enorme moestuin, de koude en warme kelder was gebouwd met het oog op het opslaan van de wintervoorraad en mijn vader kon niet wachten om ons nieuwe stulpje te betrekken en zijn nieuwe spade in de grond te steken. Naast zijn drukke baan verlangde hij naar een stuk ontspanning die hij hoopte te vinden in zijn eigen achtertuin.

Niets bleek minder waar. Toen ik in de verhuiswagen aankwam bij ons nieuwe huis, stond mijn vader redelijk verbouwereerd en ontdaan te kijken naar dat wat ooit een moestuin was. De vorige bewoners hadden bedacht de boel netjes achter te laten en mijn vaderlijke boer in wording te verlossen van de zorgen die bij een eigen moestuin kwamen kijken: er restte niets meer dan een braakliggende, vakkundig omgespitte tuin. Waar eens de door hem zo beminde bloemkolen, kroppen sla en bietjes mijn vader hadden verleid een bod op het huis te doen, restte slechts een maagdelijk stuk klei dat " Beter paste bij dat stadse volk'.

Ondanks de teleurstelling vormde mijn vader de tuin om tot een prachtig paradijs met trapjes, paadjes, hoekjes, een konijnenren met door hem zelf gegraven en betegelde gangen en baarkamers, en volière met kippen en vogeltjes en voor zekerheid nog wat aquariums in de bijkeuken. Met twee honden erbij was het verhaal compleet en als kind hadden we geen tekort aan flora en fauna in onze achtertuin. Toch bleef het verlangen naar een eigen moestuin aan hem knagen. Een paar jaar later nam mijn vader een aangeboden kans met beide handen aan en startte hij samen met een vriend die een flink stuk grond had eindelijk zijn eigen moestuin. 

Dat hebben we geweten. Het eigen varken wat op het stukje grond ernaast zich bijna doodvrat aan alleen al het bladoverschot wat door die twee groene fanaten in hun tuintje geproduceerd werdt was binnen no time volgroeid en verwerkt tot hapklare bevroren en gelabelde pakketjes in de nieuwe, enorme vriezer in de kelder. De koude kelder puilde uit van de weckpotten met groente en menig van mijn middagjes na school die eigenlijk voorbestemd waren om lekker te gaan spelen met vriendjes werden door mijn moeder geconfisqueerd om samen met haar de enorme hoeveelheden groenvoer die mijn vader aansleepte van het land om te zetten naar voorraad voor de winter. 

Eigenlijk wist ik alles al. Ik was het gewoon vergeten. Mijn vader hield het een paar jaar vol, maar zijn enthousiasme voor het kweken van eigen groente kon het uiteindelijk niet winnen van de hoeveelheid werk die hij bijna dagelijks kwijt was aan zijn tuin. Het spitten, ploegen, onkruid wieden, ongedierte bestrijden en uitdunnen deed hem uiteindelijk besluiten om te stoppen met dat wat hij zoveel jaren had geambieerd... Een ambiteus verlangen dat hij op zijn beurt weer had meegekregen van zijn eigen moeder, die achter haar stadse vooroorlogse rijtjeshuisje op de Geraniumstraat in Eindhoven stiekem de lekkerste tomaten van het land wist te kweken...

Nu, jaren later, had ik mijn tuintje graag aan mijn vader willen laten zien. Had ik nog liever het enthousiasme in zijn ogen willen zien bij het besef hoe makkelijk het allemaal had gekunnen. En het allerliefste had ik in zijn, nog steeds prachtige tuin, een paar Makkelijke Moestuin bakken willen plaatsen zodat hij op zijn oude dag nog een keer van zijn eigen groenten zou kunnen genieten, alleen dan zonder al dat harde werk. Helaas kan dat niet meer. Wat wel kan is in zijn gedachten dit mogelijk maken voor wie het maar wil. Tenslotte heb ik mijn enthousiasme uiteindelijk aan hem te danken. En natuurlijk ook aan mijn moeder, die uiteindelijk zijn groene uitspattingen steeds weer wist te vangen in een keurig geweckt potje met haar handschrift erop en de inhoud ervan steeds weer wist te verwerken tot een smakelijke maaltijd. De liefde van een man gaat tenslotte toch door de maag...




zaterdag 19 oktober 2013

Zie de maan...

In de tijd dat zelfs onze grootste kindervriend moeite heeft met een verblijfsvergunning te krijgen voor zijn maten, Slochteren nog naschudt op zijn grondvesten in angst voor nog meer gas avonturen, een tik aan een diplomaat een koude oorlog dreigt te veroorzaken en de NSA al zo ver is dat ze weten wat wie dan ook gaat zeggen voordat het überhaupt gezegd is, lig ik klaarwakker naar de volle maan te turen die onze zolderkamer in lichterlaaie zet... Al voordat de, trouwens niet eens volledige verduistering inzet, ben ik afgeleid en denk met mijn ogen dicht wat deze milde herfstdag me heeft gebracht...

We hebben onze eetbare Voortuin herfstklaar gemaakt. Met een lichte, voorbarige weemoed hebben we alle planten die geen opbrengst meer zouden geven een enkeltje compostbak gegeven. Alleen de pronkbonen die onverwachts nog 3 kilo snijgoed voor de winter opbrachten, mogen nog even nagenieten van het herfstzonnetje om hun voedingstoffen langzaam terug te geven aan de bodem. De lavendel wacht in een grote vuilniszak om verwerkt te worden tot gehaakte geurbolletjes, de Nieuwzeelandse Spinazie wordt morgen geblancheerd en ingevroren en alleen de boontjes waar nog een vruchtbeginsel aanzit mogen nog even hun best doen voor een laatste maaltje. Ineens hebben we een overschot aan lege vakken. Deze worden morgen gevuld met winterspinazie, snijmoes, paksoi, wortels en wintersla, in de hoop dat het zwoele weer van de komende dagen ze voldoende energie geeft om nog een snelle spurt voor de eerste vorst te kunnen maken.

Ook mijn kasje heeft er aan moeten geloven. De tomaten planten zijn teruggesnoeid tot een enkel stammetje met wat resttomaatjes, de klimcourgette doet zijn uiterste best om er nog een laatste boreling uit te persen en de komkommer heeft me beloofd nog een paar bakjes tsatsiki te leveren. Vreemd genoeg schijnt mijn Basilicum zich niets aan te trekken van de seizoenen en groeit alsof ze overuren draait als in een goedlopende pizzeria in Florence.

Ondanks de overwinteraars zal ik het gaan missen, mijn weelderige tuintje. Nu het er opgeruimd en een stuk leger bijligt, de nette buren met een instemmend knikje langslopen omdat ze na al dat voor hun ondefinieerbare groen van de afgelopen maanden weer wat kale grond kunnen zien, net als in hun eigen eenheidstuintjes, zal ik me de komende maanden op andere bezigheden moeten storten. Gelukkig heb ik een manier gevonden om mijn passie voor mijn Makkelijke Moestuintje ook in de wintermaanden invulling te kunnen geven, want in samenwerking met de aardige mensen van de MM ga ik me de komende winter in mijn vrije uren actief bezighouden met het promoten en mogelijk maken van Makkelijke Moestuinen op scholen, zorginstellingen en enthousiaste particulieren...

Als groene troubadour verkondig ik mijn gesproken lied over Square Foot Gardening aan een ieder die het horen wil, in de hoop om uiteindelijk niet met de mond gesnoerd vastgebonden aan een boom achter te blijven, maar met zoveel mogelijk mensen mijn passie te kunnen delen. Heb je een leeg balkon, tuin met zon en cementtegels, toilet met open dak, dakterras of afgeschreven aanhanger in de tuin die een nieuwe bestemming nodig heeft, schroom dan niet een reactie achter te laten en samen met mij te kijken hoe je de boel kunt opfleuren en er bovendien nog van kunt eten ook!

En nog even over dat Zwarte pieten gedoe: voor kleine Jelle is Zwarte Piet zwart omdat ie niet wit is, is een negerzoen vooral erg lekker, geniet hij iedere dag van blanke vla als toetje, is zigeunersaus een goedje dat hij niet op zijn Duitse schnitsel wil zien en zijn jodekoeken de lekkerste 4-uurtjes die er zijn...


vrijdag 4 oktober 2013

Tomatig...

Door het seizoen heen genomen heeft mijn kasje, dat ik sinds begin dit jaar met liefde in elkaar heb geknutseld, voorzien heb van een hoogpolig Perzisch tapijtje en verwend heb met af en toe klassieke muziek uit het oude wereldontvangertje van mijn vader, het maar matig gedaan...

Ik geef toe, het was een waardeloze lente, al heeft de zomer heel wat goed gemaakt. Maar buiten alle zaailingen om die zich uiteindelijk ruimschoots hebben bewezen in mijn Makkelijke Moestuin aan de voorkant van het huis, hebben alle bewoners die in de kas zijn blijven hangen (of staan), het behoorlijk af laten weten. In het hoogseizoen kwamen er wekelijks maar enkele tomaatjes uit de kas, waren de paprika's sporadisch en heeft mijn veelbelovende klimcourgette, die eind juli toch bijna mijn halve kas overwoekerde, tot nu toe nog geen vrucht gegeven. Luizen, schimmel, neusrot en wortelvliegjes, de een na de andere pestkop kwam langs om mijn kassuccessen te ondermijnen. En dat terwijl ik veel meer werk had aan mijn inimini kasje dan mijn hele voortuin! 

Waarom de opbrengst zo laag wist ik niet. Ik heb nog nooit een kas gehad en al leek het er in het begin op dat alles lekker begon te groeien, het bleef Louter bladgroen in de kas en pas heel laat in het seizoen kwamen slechts enkele rode, gele en oranje vruchten te voorschijn, die meestal ook nog ondermaats waren. Vorig jaar had ik nog tomaten in mijn voortuin, die in zulke grote aantallen tot wasdom kwamen dat ik bijna een grotere soeppan heb moeten aanschaffen en de buren de rolluiken al dichtdeden als ze me weer met een zak overrijpe rooie rakkers aan zagen komen...

Horen planten dan toch niet gewoon buiten te staan? Heeft de term kasplantjes dan niet voor niets zo zijn eigen betekenis? 

Na lang nadenken heb ik waarschijnlijk het probleem ontdekt. Toen ik onlangs bij de Makkelijke Moestuin en hun jaloersmakende hoeveelheid tomaten, courgettes en minikomkommertjes in hun eigen kleine kasje zag, had ik al snel door waar het bij mij aan scheelde: mijn eigen kasbakken waren eenvoudigweg te smal en te laag! Door het oppervlakte van mijn kasje optimaal te willen benutten heb ik mijn planten uiteindelijk te weinig leefruimte gegeven. En met te weinig wortels kan een plant niet groeien... Daarnaast ben ik blijkbaar veel te lui geweest met tomaten dieven, want toen ik de geordende plantjes bij De Makkelijke Moestuin later thuis vergeleek met de wanordelijke janboel in mijn eigen kas, begreep ik dat de wildgroei het zonlicht wegnam van de vruchten, die daardoor een hoop licht tekort kwamen om goed te kunnen rijpen. 

Maar toch snap ik nog steeds niet waarom die duivelse Klimcourgette me zo in de steek heeft gelaten. Ik heb hem bewaterd, gepamperd, bevrucht en onderhand meer liefde en aandacht gegeven dan mijn eigen vrouw! Had ik de pech met lui zaad te maken te hebben, of voelt deze uit de kluiten gewassen jongen zich gewoon niet thuis in zijn glazen huisje? 

Nu, aan het eind van het seizoen, beginnen zijn (of haar? De plant is tweeslachtig, dus ik weet na al die tijd nog steeds niet hoe ik hem, het of haar aan moet spreken) bladeren langzaam geel te worden, last te krijgen van schimmel en af te vallen. En al staat de ene na de andere mannelijke bloem super patent te bloeien, alle miezerige kleine damesbloempjes gaan voortijdig in de menopauze, verschrompelen en laten zich samen met hun kansloze vruchtbeginsel op de grond storten. Het is een smet op mijn werk, een deuk in mijn zelfvertrouwen en mijn andere groeiers lijden eronder omdat ik stiekem de kas probeer te ontwijken om niet geconfronteerd te worden met deze gemene groene steek onder de gordel.

Vanmorgen wilde ik de knoop doorhakken en die misselijkmakende klimcourgette een enkeltje composthoop te gaan bezorgen. En weer werd ik verrast door deze onpeilbare groeier...

 

Zomaar uit het niets waren ze daar: twee beginnende, gezonde courgettes die absoluut niet de indruk gaven dat ze binnen afzienbare tijd stervend op de bodem van mijn kasje zouden liggen. En weer was me een terugkerende les geleerd die mij mijn leven lang achtervolgd: geduld... En geduld is tenslotte een logisch gevolg van vertrouwen. Met gezonde argwaan maar ook duizend excuses naar de plant toe verborg ik snel en onopvallend mijn snoeischaar en gaf de klimcourgette uit schuldgevoel meteen wat extra water. Aangezien er naast Dierendag geen officiële "Planten" of "Groentendag" bestaat besloot ik deze zelf maar tijdelijk in het leven te roepen en heb naast de courgette ook alle andere kasplantjes voorzien van wat extra compost en aandacht. 

Even dacht ik op te merken dat mijn tomaten spontaan begonnen te blozen van al die extra aandacht, maar uiteindelijk bleek het toch het herfstzonnetje te zijn die deze late, maar dankbare oktoberoogst mogelijk maakte...


zaterdag 28 september 2013

Stadse Fratsen

Mijn dag begint 's ochtends steevast met een kop koffie, een shaggie en Social Media, buiten op de veranda. In plaats van rondom me heen te kijken met een gezonde zelfgebakken boterham en een kop verse thee terwijl ik de frisse buitenlucht in adem, vergiftig ik mijzelf met cafeïne, nicotine en allerlei informatie die door zou moeten gaan voor geestverruimend nieuws, maar meestal niet verderkomt dan nietszeggend nieuwsarm geruis van anderen over anderen dat net zoals mijn andere verslavingen niets toevoegd aan het hier en nu...

Diezelfde honger naar het leven van anderen ken ik nog goed uit de tijd dat ik bij mijn ouders in het dorp woonde. Er waren nog geen mobiele telefoons, Facebook of Twitter, maar in het dorp bestonden andere systemen om aan je informatie te komen. De behoefte om het eigen lege leven te vullen met dat wat een ander wel durft of meemaakt werdt intensief gevoed door de vele koffiekransjes, babbeltjes op straat, kletspraatjes bij de bakker en sterke taal aan de bar van één van de drie kroegen. Stootte je aan het begin van de straat je teen, dan had je aan het eind van de straat al minstens je been gebroken. En dankzij de, in die tijd populaire 27 MC bakjes, rukten, al voordat 's nachts de brandweer op de hoogte was, hele volksstammen in pyama's, dusters en in de haast aangetrokken slippers op fiets, driewielers, brommers en tractoren uit om als eerste het warme spektakel te kunnen bewonderen. Een stevige fik, zonder dat de brandweer nog in de weg liep, was het mooiste dat er was...

Mijn ouders dachten ooit een leuke grap uit te halen door voor de grap een middaglang een bordje "te koop" in de tuin te zetten. Toen als olie op het vuur ook nog mijn moeder met mijn buurman de kroeg binnen liep, en pas veel later pas mijn vader met de buurvrouw, had het dorp genoeg materiaal om nog maanden later met de meest fantastische verhalen over partnerruil, communes en dubbele scheidingen op de proppen te komen. Er werdt altijd over je gepraat en maar zelden werdt opgedane kennis bij jou persoonlijk geverifieerd. Er waren dan ook best veel ongelukkigen die door een in het leven geroepen roddel hun leven lang bestempeld waren met een vooroordeel. Deze paria's hadden behoorlijk moeite om zich sociaal staande te houden tussen de kaken van de beschermende, maar wurgende en soms dodelijke dorpse roddeltang. Veel jongeren trokken weg uit het dorp, op zoek naar vrijheid. Andere voelden zich juist veilig in deze omgeving en maakten volop deel uit van deze pre-digitale blaatcultuur.

Toch zou je denken dat met de huidige sociale media cultuur, waar de meeste mensen actief deelnemen aan het delen van informatie over zichzelf en anderen en waarbij men ook direct kan reageren op dan wel niet positieve reacties hierop, dat het voorheen achterbakse karakter van dit dorp langzaam zou overgaan in een soort van harde openheid, waar iedereen een eerlijke kans krijgt om zowel dader als slachtoffer te zijn. Niets is helaas minder waar. De nieuwste tactiek om een ander af te zeiken, zwart te maken of te veroordelen op basis van gebakken lucht is de betreffende pispaal simpelweg te negeren, te blokkeren of dood te zwijgen op diezelfde Social Media. Samen iemand digitaal vleugellam maken blijkt nog leuker te zijn dan die goeie ouderwetse stevige fik in het huis van een ander...

Nu is mijn zus als laatste Houkes uit het dorp vertrokken. alleen mijn ouders liggen in hun graf nog na te genieten van de fijne tijd die ze in dit dorp gehad hebben tijdens de streken die ze uitgehaald hebben om het roddelvuurtje aan te wakkeren. Zij wisten zich als stadse import van jaren geleden staande te houden in dit dorp, ondanks dat het ook hun vaak moeilijk werd gemaakt. Tijdens de verhuizing afgelopen week dacht ik met gemengde weemoed terug aan mijn krantenwijk langs de prachtige dijk, de struinpartijen door de polder, maar ook aan de nimmer aflatende pestpartijen op school, de eenzame speelmiddagen op zolder en de opluchting toen ik uit het dorp vertrok. Een dorp waar iedereen je groet op straat, maar waarbij je nooit wist wie zijn groet werkelijk meende...

Vandaag zie ik mijn buurman door het raam weer eens bedenkelijk kijken naar mijn afstervende zonnenbloem, waarvan de bloem inmiddels gigantische afmetingen heeft aangenomen en zijn zaden met een toenemende regelmaat tussen zijn bijna beangstigend goed onderhouden coniferen aan het uitstrooien is. Ik besluit meteen naar hem toe te gaan en hem de kans te geven zijn groeiende bezorgdheid te kunnen uiten. Gelukkig kan dat bij hem. Voor de andere buren die van alles over mij vinden maar dit nog nooit direct geuit hebben: morgen toch maar even langs mijn zus gaan om te vragen of dat oude bordje met "te koop" nog ergens opgedoken is tijdens haar verhuizing...




vrijdag 13 september 2013

Ei-geheimer

Ik heb een geheim. Of beter gezegd: iemand heeft een geheim met me gedeeld. En nu hoor ik dat geheim voor me te houden. Dat is het lastige van geheimen van anderen. Je kunt er zo weinig mee, behalve verklappen... Het liefst leef ik zonder geheimen. Het maakt het leven een stuk eenvoudiger, je hoeft niet steeds na te denken over wat je wel of niet mag vertellen en uiteindelijk is het vaak een opluchting als ze uiteindelijk uitkomen.

Maar wat is eigenlijk een geheim? Is het gewoon niets meer dan kennis waarbij de houder ervan vermoed dat deze op de een of andere wijze wat waard is voor een ander en waardoor hij, via dat geheim, zelf ook in waarde stijgt?

Het ene geheim is het andere niet. Veel geheimen zijn niets meer dan verhulde onwaarheden die een beetje opgesmukt worden met een geheimzinnig sausje, om de waarheid bij het verklappen ervan een beetje te kunnen verzachten. Je hebt geheimen die in het leven geroepen zijn om een ander buiten te sluiten of juist aan je te binden. Veel geheimen ontstaan puur uit angst voor wat een ander er van zou vinden. Er zijn ook geheimen die bestaan uit opgedane kennis of ideeën waarbij de eigenaar zichzelf zo geniaal vindt dat hij of zij denkt dat de hele wereld er mee weg loopt als het ooit openbaar zou worden.

Sommige geheimen zijn te gruwelijk om te delen en kunnen beter bewaard blijven om het leed te beperken tot de mensen die er weet van hebben. Andere geheimen zijn nog gruwelijker en moeten wereldwijd van de daken geschreeuwd worden om te voorkomen dat ze ooit nog een reden krijgen om te ontstaan...

De grappigste geheimen zijn die gevallen waarbij iedereen weet heeft van hetgeen dat angstvallig verhuld wordt, maar waarbij niemand de moeite neemt om het uit te spreken, puur om de lol erom niet te bederven. En sommige kennis moet gewoon geheim blijven. Niemand wil weten wat het lievelingsstandje van zijn ouders is, of hoe zijn of haar oma 's ochtend haar kunstgebit schoonmaakt...

Ik heb zelf in mijn leven regelmatig geheimen gehad die me in de weg zaten, aan me knaagden of me juist beter lieten voelen dan een ander voor een tijdje. Toch is het leven een stuk leuker zonder. Hoewel...

Sinds ik regelmatig op Facebook zit weet ik van veel mensen die ik nauwelijks ken wat ze 's ochtends het eerste denken, wat ze vinden, eten, proeven, zien, voelen, wensen, horen, weten, denken, willen en doen, zonder dat ik er om gevraagd heb. Ik doe hier zelf gretig aan mee. Waar je vroeger nog moeite moest doen om deelgenoot te worden in een gemeenschap, buurt, kroeg of vereniging, wordt nu alles wat aan kennis of weetjes maar bestaat zomaar digitaal op internet geflikkerd. Gelukkig is het net als bij voorheen de tv of radio: je kunt het gewoon uitzetten.

Laten we afspreken dat we overbodige kennis voortaan geheim houden en de kennis waar iedereen echt wat aan heeft zo snel mogelijk openbaar maken.

Laatst waren we uitgenodigd op een bruiloft van nieuwe buren en hadden we een onverwachts leuke avond op het wijnfort in Lent. Heerlijk gegeten, gedronken, zelfs gedanst en ongevraagd deelgenoot geworden van de laatste buurtgeheimpjes. In een van de kelders van het fort stond een kok vlees en vis te grillen, die samen met de verse salades en kazen een prima afleiding vormde voor het door de DJ overstemde buurtjesgekeuvel. Één salade trok mijn bijzondere aandacht aangezien hij erg leek op mijn zelfgemaakte humus waarmee ik placht op te scheppen in mijn omgeving, maar dan anders, lekkerder. Toen ik vroeg wat er in zat zei de kok "geheim van de kok", waarna hij dit geheim direct met me deelde. Fijne vent. Je grilt 2 door de helft gesneden en ontpitte aubergines een half uur onder de grill, slaat ze samen met olijfolie, zout, peper, citroen, komijn en wat koriander stuk in de blender en voilá, een heerlijke humus van een vrucht waarvan ik tot nu toe de echte meerwaarde nog niet had kunnen ontdekken. Kijk, dit vond ik een ideaal geheim: kort, lekker en leerzaam.

Maar ja, ik zit nog steeds met dan ene geheim van een ander, dat ik niet zo maar mag delen, ook al is het een van de leukste en meeste bijzondere geheimen waar ik ooit in mijn leven deel aan heb mogen hebben. Het zal niets anders dan louter blijdschap kunnen brengen bij de mensen die ik ken en waar ik om geef. Over een tijdje zal dit geheim door de geheimenaar zelf onthuld worden en zul je snappen waarom ik een hele blog doorklets over iets dat ik uiteindelijk nog steeds niet heb verteld...

Nieuwsgierig? Blijf lezen...